#Eenzaamheid

Afgelopen week kwam ik bij een collega op Facebook deze foto tegen met de tekst “Mr. Bean taught me one thing in life. Enjoy your own company instead of expecting someone else to make you happy.” Die zin bleef hangen in mijn hoofd. Alsof ik er iets mee moest. Ik wist alleen nog niet wat…

Tot ik bij mijn vader op bezoek ging. Mijn vader woont in een verzorgingstehuis. Vaak zit hij buiten om te roken, samen met andere bewoners. Ze zoeken elkaar gezelschap op. Zij zitten daar ook samen wat te praten. Ze vertellen elkaar verhalen over het leven. Als ik op bezoek kom, sluit ik aan. Niet om te roken, maar om te luisteren. Ik ben publiek voor deze vertellers. Zo hoor ik de mooiste en ook kwetsbaarste verhalen.

Het afgelopen bezoek vertelden drie mannen elkaar hoe alleen ze zich voelden, sinds het overlijden van hun vrouw. Hun hele leven waren ze samen geweest. Alles hadden ze samen gedeeld. Ze waren geen moment zonder elkaar geweest. En nu was het zo stil. Ze hadden niemand en ze vonden het zo lastig om een groot deel van hun dag op hun eentje te zijn. In de stilte. ‘Dat hebben we nooit geleerd, he’, zei een van hen. ‘Als je kan omgaan met die stilte is het misschien minder erg. Dan kun je het ook gezellig hebben in je eentje.’

En toen ik opeens waarom die ene zin was blijven hangen.

Het verschil tussen de generaties. De generatie van mijn ouders groeide vaak op in een groter gezin. Je had altijd wel broers en/of zussen in de buurt. Je moest de ruimte met elkaar delen. Hoe anders is dat met mijn generatie en die daarna, waar de meeste gezinnen een gemiddelde van 2.1 kinderen hadden. Veel kinderen hadden/hebben een eigen kamer. Ik had als kind mijn eigen ruimte.

Als kind en jongere was ik erg op mezelf, introvert.  Ik keek altijd de kat uit de boom. Zou nooit als eerste contact maken. Ik vond het lastig om een gesprek te voeren met anderen. Dus ik voerde hele gesprekken in mezelf. Nu ik er op terugkijk, kwam dat introvert zijn voor een deel ook voort uit onzekerheid. Want was dat wat ik te vertellen had wel interessant voor een ander? Nu ik wat ouder ben en ik een heleboel heb bijgeleerd, boeit me dat niet meer zo. Ik kan nu gemakkelijk in gesprek zijn met een ander, hoewel ik smalltalk nog steeds wat lastig vind. Ik heb het wel graag ergens over, over iets zinnigs. Maar goed. Ik heb dus geleerd om het gezellig te hebben me mezelf. Toen ik nog wat jonger was, dacht ik dat dat raar was. Soms voelde ik me eenzaam. Want je moest toch juist veel vrienden om je heen hebben? Altijd gezellig kunnen kletsen? Een ander kunnen vermaken? Ik heb me vaak saai gevoeld. Niet spontaan. Nooit impulsief. Stil. Ik dacht vaak dat ik anders was. Ik kon toen nog niet begrijpen dat dat ook een kwaliteit kan zijn. Ik kon een ander misschien niet vermaken, maar mezelf wel. En dat kan ik nog steeds.

In mijn relatie met mijn man, heb ik altijd gewild dat die niet zou lijken op de relatie die mijn ouders hadden; op basis van wederzijdse afhankelijkheid. Ik hou van mijn man, het leven is leuker met hem, maar ook zonder hem kan ik me vermaken. We hoeven niet alles samen te doen. Datzelfde geldt voor mijn vriendinnen. Ik vind ze leuk, maar hoef ze niet altijd om me heen. Die afhankelijkheid in een relatie gaat trouwens nog een generatie verder terug: toen mijn oma overleed, kwam mijn opa bij ons in huis wonen. Hij kon niet alleen, zeiden mijn ouders.

Ik onderneem regelmatig iets alleen. Ook zonder andere mensen. Ik kan de stilte waarderen. Ik kan mijn eigen gezelschap waarderen.

Twee weken terug las ik in de 7days, een weekkrant voor jongeren, een artikel met de titel ‘Je verbonden voelen is van levensbelang’. Het artikel ging over een twitteractie, waarbij jongeren zich open stellen door te vertellen dat ze eenzaam zijn en behoefte hebben aan contact. Ze gebruiken de hashtags #maatjegezocht en #eenzamejongeren. Als ik zinnen lees als ‘Soms ga ik op slot’ en ‘Bij niemand 100% mezelf’, is het alsof ik in mijn eigen puberhoofd kijk. Maar ik heb dat toen nooit met iemand gedeeld. Mooi dus om te zien dat deze jongeren al een stap verder zijn dan de voorgaande generaties!  

En daar verder op bordurend: zou het niet mooi zijn als we de jongeren van nu leren om te gaan met stilte? Alleen is niet per se eenzaam.  Je hoeft niet elk moment van de dag vermaakt te worden door een ander, of een ander vermaken. Je kunt het ook gezellig hebben met jezelf. Natuurlijk hebben we ook behoefte aan verbinding met de ander. Maar in de eerste plaats met ons zelf!

PS: Oefenen met In stilte met jezelf zijn, kan tijdens de Stiltedag die ik organiseer op 17 november. Meer informatie daarover vind je bij het evenement op Facebook.

Pijn

De afgelopen dagen was ik in pijn. Was mijn lichaam in pijn. Het was een bekende pijn. Een terugkerende pijn. Een lichamelijk ongemak waar ik al sinds mijn pubertijd last van heb. Spit. Het is ‘in mijn rug geschoten’. Ik zit vast. Hoe figuurlijk is dat… Het gebeurt me vaak (en misschien wel altijd) als ik te lang in de ‘aan-modus’ sta en te weinig tijd neem om te rusten. Vanuit de overtuiging die ik meekreeg als kind dat het nodig is om hard te werken, want pas dan ben je iets waard. Maar iets in mij komt daartegen altijd in weerstand.

Ik postte een goede week geleden al het volgende op instagram:  “Het hoeft niet altijd harder, sneller, hoger, mooier, beter. Vooruitgang is niet altijd beter. Stilstand is echt geen achteruitgang. Soms ben ik ontzettend ongeduldig! Wil ik sneller dan ik kan en dan struikel ik. Als ik dan een moment neem, stil kom zitten en terugkijk en zie waar ik begon, dan kan ik blij zijn met waar ik nu ben. […] En als ik mezelf dan tegenkom, dan glimlach ik wel even vriendelijk.”

Ik had er onbewust (?) zelf om gevraagd. Ik was mezelf aan het voorbij rennen. Ik luisterde niet naar de fluisteringen van mijn lichaam (wat ik deelnemers altijd meegeef in de yogales) en dus moest mijn lichaam wel tegen me schreeuwen om van zich te laten horen. Na de tranen verscheen er een compassievolle glimlach. Geen verwijt aan mijn lichaam, maar een welgemeend Dank-je-wel! Want door de pijn ging bewegen moeizaam, dus werd ik min of meer gedwongen tot stilstand te komen. Precies wat ik gevraagd had. Deze pijn hielp me om bewust te worden. Te zien waar ik nu ben en waar ik behoefte aan heb in dit moment.

Lees verder

En wat ga je nu doen dan?

Vorige maand besloot ik definitief de knoop door te hakken. Ik ga stoppen op school. Daar werk ik nu nog twee dagen in de week. Ik schreef er al eerder over en deelde dat op Facebook en LinkedIn. Daar legde ik uit wat de reden is dat ik stop.  Natuurlijk deelde ik mijn besluit ook op de ‘juiste’ manier met de directie middels de traditionele brief. Naar aanleiding van die brief volgde er nog een kort gesprek met de huidige directeur. Hij stelde mij wat belangstellende vragen, zoals “Kun je het je veroorloven om te stoppen?” en “Wat ga je ervoor in de plaats doen?”. We kwamen als snel tot de conclusie dat er voor mij, op dit moment, ‘geen passende plek meer is binnen de organisatie’ en dat het goed is dat ik kies voor mijn eigen pad.

Vandaag viel mijn ontslagbrief op de mat en staat het zwart op wit. Vanaf 1 augustus ben ik niet langer in dienst van de school.

Het voelt goed. Het onderwijs past mij niet meer. Eigenlijk heeft het nooit helemaal goed gepast. Ik heb jarenlang het gevoel gehad dat ik in een net iets te krappe jas rondliep. Ik dacht anders dan veel collega’s over wat een kind nodig heeft als het bepaald (lees: ongepast) gedrag laat zien. Dat gaf mij het gevoel dat ik niet goed genoeg was. Het zou allemaal wel beter gaan als ik maar gewoon wat minder ‘soft’ zou worden. Ik ging mij aanpassen, was altijd bang het niet goed genoeg te doen (en dat was vervolgens ook het enige dat ik nog kon zien; dat het niet goed genoeg was wat ik deed) en raakte overspannen.

Lees verder

Geen Quick Fix

Regelmatig krijg ik ouders bij mij met de vraag of ik iets kan doen voor hun kind. Meestal antwoord ik dan met ‘Ja’. Er is namelijk altijd iets dat ik kan doen en dat is luisteren naar een kind en horen wat hem of haar dwars zit of wat het graag anders zou willen.

Misschien denk je nu ‘Ja, maar dat kan/doe ik als ouder ook!’. Dat is ook zo. Toch is het heel lastig om echt te luisteren naar je kind. Er zit namelijk een hoop ruis in de weg. En sommige dingen wil je of kun je ook niet horen. Waarom niet? Lees verder

Voor alle duidelijkheid…

Laatst kreeg ik van een vriendin de feedback dat ze mijn communicatie over wat ik doe nogal verwarrend vindt. Ik presenteer mij als een (kinder- en) jeugdcoach, soms ook als pubercoach. Dat ik (kinder-) tussen haakjes heb gezet, interpreteerde mijn vriendin als een ‘soort van dat kan ook ofzo’…En het leuke is, dat is zo. Het kán ook. Ik ben immers afgestudeerd als kinder- en jeugdcoach. Maar ik merkte dat er vooral jeugd, tieners en pubers dus, in mijn praktijk terecht kwamen. En (misschien ook wel om)dat mijn voorkeur daar naar uitgaat. Sommige kinderen zijn echter vroeg ‘rijp’. En daar kan ik goed mee uit de voeten. Dus ook jongere kinderen zijn van harte welkom.

Daarnaast merkte mijn vriendin op: “Ik denk trouwens dat het ook niet fijn is als je zowel de puber als de ouder coacht…soort van belangenverstrengeling”. Lees verder

Het gaspedaal loslaten

Vanmorgen reed ik met de auto naar een plek waar ik in stilte zou wandelen. Ik reed daar ook heen in stilte. Zonder de muziek die ik normaal (hard!) aanzet in de auto. Het was een soort van meditatie in beweging. En het viel me opeens in hoe autorijden lijkt op je bewegen in het leven buiten de auto.

Ik rijd pas een paar jaar auto. Ik was altijd bang om mijn rijbewijs te halen. Dacht dat ik dat niet zou kunnen, autorijden. Misschien was ik ook wel bang geweest voor het leven, om daar zelf richting aan te geven. Maar dat is veranderd. Ik rij met veel plezier auto en ik heb meer plezier in mijn leven, nu ik het stuur in handen heb genomen. Ik bepaal mijn eigen richting en – misschien nog wel belangrijker – mijn eigen tempo.

In de auto denk ik vaak ‘Als  je sneller wil, haal je me maar in’. Het lijkt vaak of iedereen om me heen sneller wil dan ik. In de auto, maar ook daarbuiten. Er moeten successen worden behaald en snel! Het lijkt of men grote haast heeft om ergens te komen. Soms merk ik bij mezelf ook iets van ongeduld op.

Lees verder

Wat wil ik nou eigenlijk?

Afgelopen week nam ik deel aan een gratis webinar. Dat is niet iets dat ik vaak doe, want ‘gratis’ bestaat niet. Meestal zit je dan gewoon naar een lange reclameboodschap te luisteren, van degene die het webinair organiseert. Of je mailbox stroomt daarna weer vol met allerlei nieuwsbrieven. Maar deze kans kreeg ik dankzij Tea Adema en die heb ik nogal hoog zitten. Daarnaast werd ik getriggerd door de titel “’Hoe kom ik aan klanten en zorg ik ervoor dat mijn workshops vol zijn?” , want, tja, mijn workshops zitten nog lang niet altijd ‘vol’.

Gelukkig ben ik niet de enige, bleek, met een praktijk waar het nog niet helemaal storm loopt. Ook ben ik niet de enige die workshops en trainingen organiseert waar niemand zich voor inschrijft. Maar Veronique Prins, de dame die de online training verzorgde, mailde mij voorafgaand aan de training met de boodschap ‘Zorg dan dat je het niet mist, ik leer je de  basisstappen die mij succesvol hebben gemaakt.’

Veronique is een dame die zich presenteert als “Kick Ass Business Coach”. We kregen dan ook van te voren een kijkwaarschuwing van Tea:  ‘(…)ze staat ook te boek als nogal direct.
Ze vertelt het zoals het is en sommigen vinden dat verfrissend, weer anderen vinden het confronterend. Ik zeg: Doe er je voordeel mee. Als je niet bang bent voor een beetje reflectie en je van je praktijk een succes wilt maken, zorg dan dat je gebruik maakt van deze unieke kans.’

Nou, dat laat ik mij geen twee keer zeggen! Want als je me een beetje kent, weet je dat ik dol ben op reflecteren… en natuurlijk wil ik een succes maken van mijn praktijk!

Veronique trapte gelijk af door te stellen dat ik nog niet zo succesvol was als ik zou kunnen zijn, omdat ik nog geen duidelijke keus had gemaakt. Zo, ja, die raakte wel even. (Zie mijn blog Keuzes maken.) Ik moet van Veronique van mijzelf een Unique Selling Point maken.  Laten zien waarin ik bijzonder ben. Me onderscheiden van de rest. Ze stelde de vraag: ‘Wat durf jij te zeggen wat niemand anders durft te zeggen?’ Daar kon ik wel wat mee. Want ik heb wel een duidelijke visie. Veronique is een Kick Ass Coach. ‘Nou,’ dacht ik, ‘dat ben ik dus niet’. Hoewel ik best confronterend kan werken als coach. Maar dat doe ik niet door ‘te vertellen zoals het is’, maar door juist vragen te blijven stellen of stil te worden. Ik ben nieuwsgierig naar jou en waarom je de dingen doet, zoals je ze doet. Er is namelijk altijd een reden voor gedrag. En wat die reden is, dat weet jij beter dan ik. Ik zal dat niet veroordelen. (Grappig dat ik het daar vanmorgen ook met coachcollega Paula over had; zij heeft mij ervaren als iemand die niet oordeelt. Ik vertelde dat al wel jaren mijn persoonlijke doel is, maar dat dat mij tot nu toe nog niet gelukt is – en waarschijnlijk ook nooit gaat lukken. Ik merk het inmiddels wel op als ik ergens een oordeel over heb en ik kan ervoor kiezen om dat bij mezelf te laten. Het zegt namelijk meer over mezelf dan de ander. Ik zal je dus niet veroordelen.) Sommige kinderen, maar ook volwassenen worden daar heel ongemakkelijk van, zeker als het personen zijn die op zoek zijn naar goedkeuring. Die krijg je van mij ook niet perse. Jij mag zijn wie jij bent. Zonder dat ik daar wat van vind (want wat je vindt, mag je houden). Goed. Maakt mij dat een Unique Selling Point? Ben ik daarin bijzonder? Geen idee. Maar het is wel de manier waarop ik werk. Je krijgt van mij geen schop onder je kont. Wel een steuntje in de rug. Vanuit Liefde en met Aandacht.

Vervolgens spoorde Veronique mij aan om toch eens een keus te maken in de leeftijdscategorie waarmee ik wil werken. Oke, ‘kinderen, tieners, pubers, jongeren en hun ouders’, is misschien toch wat te breed. Welke leeftijd wil ik in mijn praktijk (voornamelijk) helpen? Ik ben ooit de kindercoachopleiding gaan doen, omdat ik het verlangen had om te kunnen werken met kinderen op de basisschool. Hoewel ik kleuters uitermate charmant vind, ik kan er meestal niet echt mee uit de voeten. Inmiddels ben ik erachter dat mijn hart toch ligt bij pubers. Sommige kinderen gaan puberen in groep 7 van de basisschool en anderen doen dat pas in de tweede klas van het VO. Soms zelfs nog later.

Daarna kwam de vraag ‘Waarin ben jij expert?’ Die vraag was eigenlijk het makkelijkst. Door wat ik doormaakte met onze eigen kinderen en wat ik tegenkwam in ruim 20 jaar lesgeven aan leerlingen in het VMBO, ben ik gespecialiseerd geraakt in verschillende (leer- en gedrags)stoornissen en –moeilijkheden: dyslexie, faalangst, ass, ad(h)d en hooggevoeligheid. De onderwerpen hoogbegaafdheid en meerbegaafdheid zijn daar het afgelopen jaar nog aan toegevoegd.

En: ik kan naast de puber ook de ouders begeleiden. Want soms heeft de puber er echt geen zin in. Is er weerstand en verzet. Maar dat betekent niet dat de situatie kansloos is. Ook dit weet ik uit eigen ervaring (onder andere met systemisch werk); als jij als ouder (je gedrag) verandert, verandert (het gedrag van) je kind mee!

Dankzij het webinar heb ik dit weer helemaal helder. Blij dat ik ben blijven luisteren naar Veronique, ondanks haar Kick Ass houding die soms wat ongemakkelijk was. Maar ja, buiten de comfortzone vindt groei plaats. Nu mag ik alleen nog gaan nadenken over mijn omzetdoel. En de grootste uitdaging: mij met mijn website nog maar richten op 1 doelgroep. Komen met een concreet aanbod voor deze leeftijdsgroep. Dat betekent dat ik afscheid moet gaan nemen van andere activiteiten. De play-en workshops voor (jongere) kinderen bijvoorbeeld. Maar, hé…Ik ging dit webinar toch volgen, juist vanwege die workshops? Zucht…wat wil ik nou eigenlijk?

Staycation – Op vakantie bij mezelf

In de maand augustus gun ik mezelf sinds een aantal jaar een maand niets. Ik geef dan geen lessen, verzorg geen workshops en plan geen coachsessies in. Ook ben ik dan offline. Dus ik hoef even niets van me te laten horen op social media. Ik noem dat vakantie. Maar nu ik weer onder de mensen kom, krijg ik vaak de vraag ‘Waar ben je geweest’?

Voor veel mensen is het gewoon om ergens heen te gaan als ze vakantie hebben. Om te reizen. Dat kan fijn zijn. Je bezoekt nieuwe plaatsen en maakt kennis met andere gebruiken, smaken, geuren, geluiden en kleuren. Je krijgt er energie van.

Maar dat is niet voor iedereen zo. ‘Op vakantie gaan’ kan ook heel overprikkelend, stressvol en vermoeiend zijn. Dan kan weer thuis komen heel fijn zijn. Of misschien kies je er zelfs wel voor om helemaal niet weg te gaan. Om ‘gewoon’ thuis te blijven.

Dat is wat ik dit jaar deed. Of nou ja, voor het grootste deel van de maand.

De eerste week van augustus mocht ik opnieuw onderdeel uitmaken van Zonnegroet Retraites en een rustvakantie helpen organiseren voor mensen met een (verstandelijke) ‘beperking’. Dat was in het mooie plaatsje Hombourg, bij de Molen van Medeal, net over de grens in Belgie. Zo dichtbij en toch zo anders! Hoewel ik al vakantie had, was dat stiekem toch nog een beetje werken, ondanks al het plezier dat ik er van had.

       

De overige weken was ik thuis. Op een paar uitstapjes na. Naar Brabant voor een bezoek aan de Efteling. Naar Groningen voor het Noorderzon festival. Naar Amsterdam (Nyingma Centrum) en Arnhem (Home of Zen) om zelf weer eens een paar hele fijne yogalessen te volgen. Naar Almere en Den Haag om vriendinnen en familie te bezoeken.

Maar verder was ik thuis. Soms lekker bezig met al die klusjes die ik al een lange tijd wilde doen. Het plafond witten bijvoorbeeld en de muren een nieuwe kleur geven – mijn huiskamer is nu weer een plek waar ik in de komende herfst en winter met plezier binnen wil zitten. Soms ook dagen even niets. Niet op een bepaalde tijd op moeten staan, geen verplichtingen, geen druk van agenda of social media. Even stil staan bij mezelf. Thuis komen bij mezelf. Op vakantie bij mezelf.

       

En nu is die maand weer voorbij. Alles is altijd in verandering. Tijd voor nieuwe dingen. Maar wel met de wens niet te ver bij mezelf weg te raken. Om niet te verdwalen. Om een beetje ‘in de buurt’ te blijven.

Hoe hou je dat rustgevoel vast – of hoe vind je het terug? Hoe kom je weer terug bij jezelf? Ik vind mezelf altijd weer terug door stilzitten, meditatie. Dat kan al in 3 minuten! Bijvoorbeeld met 3 minuten adempauze, zoals we die kennen in de mindfulness. Of door een 3-minuten-meditatie bij kaarslicht.

Hoe doe jij dat? Laat een reactie achter en maak kans op een ‘It’s good to be Home’-kaarsje voor je meditatie!

Liefde is…. een goede opvoeding

Wat is een goede opvoeding? Daarover zijn de meningen nogal verdeeld. Natuurlijk moet er voorzien worden in de behoeften van een kind. Lichamelijke behoeften, zoals eten, drinken, beweging en slaap. Behoefte aan affectie: knuffels, liefde, warmte… Maar ieder mens heeft nog meer basisbehoeften. We kennen allemaal de behoefte aan veiligheid, erkenning, bevestiging en verbondenheid. Zo kennen kinderen ook de behoefte aan relatie (ik hoor erbij), competentie (ik kan het) en autonomie (ik kan het zelf). Daarbij horen de behoeften aan realistische grenzen, zelfexpressie, spontaniteit en spel.

Maslow ordende de behoeften van de mens in een de vorm van een piramide:

Opvoeding is dus meer dan alleen voeding. Voeding is meer dan eten.

Het is ook best een opgave om daar als ouder(s) in te voorzien. Maar gelukkig ben je als ouder(s) niet de enige opvoeder van het kind. Er is ook de rest van de familie, de buren, vrienden en vriendinnen, de trainers op de sportvereniging, leerkrachten op school. En natuurlijk overige professionals; zoals (huis)artsen, maatschappelijk werkers, kindertherapeuten, -psychologen en –coaches.

Vaak zijn ouders wel eens wat huiverig om aan te kloppen bij die professionals, merk ik. Maar waarom?

Soms omdat ouders het als een falen voelen, dat ze iets zelf niet op kunnen  lossen. Maar het is toch helemaal niet vreemd dat je ergens geen antwoord op hebt? Hoeveel praktijkervaring heb je als ouder(s) nou eigenlijk? Met een groot gezin misschien iets meer, maar dan nog…ieder kind is anders. En je hebt er geen studie voor gevolgd. Die professional wél.

Soms hoor ik van ouders het argument dat het zo veel kost, professionele hulp inschakelen. Zeker als het niet vergoed wordt door de (zorg)verzekering. Maar is dat geen drogreden?

Veel ouders geven aandacht aan de buitenkant van hun kind. Ze zorgen ervoor dat het er netjes uitziet. Het kind gaat regelmatig naar de kapper. En het wordt goed gekleed. Soms met zelfs met dure merkkleding. Natuurlijk vraagt een kind daar soms zelf nadrukkelijk om, uit de behoefte bij een bepaalde groep te horen. Dat kost ook een flinke duit.

In plaats daarvan zou je ook iets kunnen werken aan het zelfbeeld van het kind, waardoor het die merkkleding misschien niet nodig heeft om zich zeker te voelen.

Bovendien; die buitenkant is vergankelijk…Haar groeit weer aan. De kleding gaat stuk of wordt te klein. Er is maar weinig dat blijvend is.  Terwijl die investering aan de ‘binnenkant’ van je kind wel een blijvend karakter heeft. Een kind leert dat het bepaalde gevoelens en behoeften heeft, dat dat mag en dat het daar zelf verantwoordelijkheid voor kan nemen.

Een goede opvoeding is wat mij betreft een opvoeding waarbij er ook voldoende aandacht is voor de binnenkant. En daarbij mag je best een professional in de arm nemen.

Wat vind jij? Laat gerust een reactie achter.

(Het innemen van) Mijn eigen ruimte

Lieve lezer,

Misschien ken je me nog niet, niet zo lang of niet zo goed. Laat ik daarom wat meer over mijzelf vertellen.

De laatste tijd merk ik dat een aantal mensen in mijn omgeving mij wat anders benaderen, anders op mij reageren. Natuurlijk zegt dat wat over mij, over hoe ik mijn omgeving ervaar op dit moment. Maar het heeft ook te maken met een verandering in mij.

Ooit was ik een jong meisje, dat nogal gevoelig was, bijvoorbeeld voor stemmingen en sferen. Ik had de ervaring dat de wereld niet altijd veilig was en dat ik niet kon zijn zoals ik was. Dat het verstandig was om mij aan te passen en dat ik maar beter niet kon opvallen. Ik werd stil en onzichtbaar. Praatte met iedereen mee. Werd heel goed in luisteren. Voelde me niet gehoord en niet gezien. In mijn puberteit ontwikkelde ik een eetstoornis. Ik begreep toen nog niet waarom.

Na de middelbare school koos ik voor een lerarenopleiding Nederlands. Niet omdat ik docent wilde worden, maar omdat ik niet durfde te kiezen voor wat ik eigenlijk wilde. Voor zowel de toneelschool als de school voor journalistiek moest je namelijk een toelatingsexamen doen. Ik was ervan overtuigd dat ik toch wel afgewezen zou worden en probeerde het niet eens. Vanwege faalangst dus. Omdat ik wel met verhalen en mensen bezig wilde zijn, werd het de lerarenopleiding Nederlands. Gaandeweg de stages merkte ik dat ik vooral affiniteit voelde met die leerlingen die niet zo goed mee konden komen, sociaal gezien. De leerlingen die ‘anders’ waren. Ik koos er daarom tijdens mijn opleiding voor om de aantekening leerlingbegeleider te halen. Met de grote wens om leerlingen te kunnen helpen na mijn opleiding. Maar zo liep het niet.

Lees verder