Als je nu niet ophoudt!

“Als je nu niet meteen ophoudt, breek ik al je vingers!”

Het kind trok direct geschrokken haar hand terug.

Vader, moeder en dochter stonden bij de kassa. Het meisje, van een jaar of 7, was aan het spelen geweest met de transportrollers bij de kassa. Ze had er plezier in gehad om die dingen aan het draaien te brengen, terwijl haar ouders bezig waren de boodschappen die langs de caissière waren geweest weer in het winkelwagentje te leggen. Haar moeder had haar net daarvoor geërgerd gevraagd om te stoppen. Het meisje was opgehouden, maar haar hand bleef zweven boven de rollers. De verleiding was te groot. Onder haar oogleden door keek het meisje naar haar moeder, om te zien of haar moeder misschien even niet oplette, zodat ze haar hand nog eens over de rollers kon laten gaan. Helaas had haar moeder haar heel goed door, terwijl ze niet naar het kind keek. Met een zucht noemde ze de naam van het kind en keek haar vervolgens redelijk wanhopig aan. Toen het meisje haar hand stil liet rusten op de rollers, barstte haar vader uit en sprak haar dreigend toe.

Op het gezicht van de moeder verscheen een gepijnigde blik. Haar mond werd een dun streepje en ze keek heel snel met een schuin oog naar de man. Ze was zichtbaar niet blij met deze interventie.

Hij zag haar kijken en reageerde met een fel ‘Wat?!’.

 ‘Niets,’ haastte de vrouw zich te zeggen en zette een grote, lieftallige, glimlach op naar de man.

‘Ze is toch gestopt?!’ beet hij haar toe.

 ‘Ja, ze is gestopt…’

‘Nou dan!’

De vrouw richtte haar aandacht vervolgens op de caissière, om af te rekenen.

Ik stond achter dit gezin in de rij en ondertussen gebeurde er van alles in mijn hoofd. Er vormde zich een heel scenario van een vader die gewend was aan een opvoeding met geweld. Een moeder die angstig was en iedere oorzaak voor een geweldadige uitbarsting wilde voorkomen. Die haar kind wilde beschermen, maar ook zelf misschien de klappen vreesde. Een kind dat wel wilde luisteren, maar dat soms gewoon niet kon.

Ik voelde de noodzaak om iets te zeggen, de situatie lichter te maken, het dreigende wat er hing weg te nemen, omdat ik er zelf last van had, maar deed niets. Want plots was ik zelf weer even dat jonge kind. Dat meisje dat haar vader boos hoorde zeggen: ‘Als ik erachter kom dat je liegt, breek ik allebei je benen!’

Liegen deed ik regelmatig als kind. Uit angst dat ik iets niet goed had gedaan bijvoorbeeld. En soms deed ik natuurlijk ook dingen waarvan ik wist dat ze niet mochten. In mijn eentje toch stiekem in dat speeltoestel dat ‘over de kop’ ging, bijvoorbeeld. Het was zo leuk! Ik kon het niet laten en kon dus soms simpelweg de waarheid niet vertellen. En dat wordt niet makkelijker wanneer je zo door je ouder wordt toegesproken.

Natuurlijk wist ik wel dat mijn vader niet echt mijn benen zou breken, maar het was al genoeg te weten dat hij boos werd. Want als kind wil je niet dat je ouders boos op je zijn. Je wil je veilig voelen. Dat je ouders je begrijpen. Ik weet ook dat mijn vader dit soort dingen zei, om mijn moeder te helpen, te ontlasten. Hij wilde zo voorkomen dat zij zich zorgen zou maken.

Het was een manier van een vader die zelf een vader had gehad die slaag uitdeelde wanneer hij thuis kwam en van moeder hoorde dat de kinderen zich misdragen hadden. Mijn vader had nooit een vinger naar ons uitgestoken, maar er was wel altijd de dreiging. Hij wist niet hoe het anders kon.

Dit had ik allemaal willen zeggen tegen die vader daar, op dat moment. Maar ik deed het niet. Ik was te druk met dit alles in mijn hoofd. Was dit een vader geweest die met zijn kind in mijn praktijk was, dan had ik dit allemaal wel gezegd misschien. Maar nu niet. Ik glimlachte naar het meisje en gaf haar een knipoog. ‘Ik zie je.’ – dat zei ik ook in stilte tegen mezelf.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *