Ik heb (er) genoeg (van)!

De (semi) lockdown houdt aan. De avondklok is er nog steeds. Sommigen van ons blijven de positieve kanten en de mogelijkheden van deze tijd zien. Sommigen van ons hebben er moeite mee, maar leggen zich bij de situatie neer.  Sommigen van ons zijn het helemaal zat, voelen zich klein gehouden en roepen steeds luider op tot verzet.

‘You will own nothing, and you will be happy’ (Klaus Schwab)

Onder de #buildbackbetter doet weer een nieuwe (complot)theorie de ronde. Iets over The Big Reset en het nieuwe normaal….Nu wil ik geen complottheorie verkondigen of aanhangen, maar ik geloof wel dat we gelukkig kunnen zijn met minder.

Al jaren (wellicht zelfs eeuwen) zijn ‘we’ (vooral in het rijke westen) steeds meer gaan bezitten. Grotere huizen (voor kleinere gezinnen), meer en grotere auto’s, niet één beeldscherm in huis, maar in elke ruimte één… Om maar wat voorbeelden te noemen.

We zijn het leven zo gaan organiseren dat we het hele jaar door alles kunnen krijgen wat we willen. Waar je vroeger alleen aardbeien kon eten in de zomer (vandaar dat ze zomerkoninkjes heten), kun je ze nu het hele jaar door kopen. Waar er vroeger in de winter een natuurlijke tijd van schaarste was, een tijd voor rust en herstel, gaan we nu steeds maar door. Dat dat iets is waar we blijkbaar trots op zijn, bewijst de #endóór. Maar ís het wel iets om trots op te zijn?

We hebben steeds meer energie nodig om op deze manier te kunnen leven. We putten onszelf (en de planeet waarop we wonen) uit. We zorgen niet voor voldoende rust, dus we raken overspannen / uitgeput / opgebrand. Steeds meer mensen hebben hier last van. Er zijn te weinig momenten van rust en schaarste. We putten onszelf uit, maar kunnen dat niet (meer) voelen. Totdat ons lichaam ziek wordt en stop zegt.

We willen (te) veel…

Niet alleen in de fysieke wereld, maar ook digitaal en online. We willen steeds sneller internet, op steeds meer plaatsen. Niet online kunnen zijn, lijkt geen optie. De mogelijkheid lijkt te bestaan dat we over een tijdje een tekort aan drinkwater hebben, omdat het water nodig is om onze datacenters te koelen.

I want it all and I want it now ! (Queen) / Got to get – I am what I am and I’m playing my game (Leila K.)

De muziek(teksten) die ik hoorde in mijn jeugd, hebben een grotere impact dan ik in eerste instantie doorhad.

In veel nummers draait alles om de ‘I’, het ‘Ik’, het ego. Ik besefte me opeens hoe egoïstisch het allemaal is en echt, ik heb het nooit eerder gehoord. En toch hebben die boodschappen zich ergens opgeslagen, ben ik ernaar gaan handelen – en ik niet alleen.

De hele wereld lijkt steeds egoïstischer te worden…We kunnen, net als kleine kinderen, er niet zo goed tegen dat we niet direct onze zin krijgen… Kunnen we iets niet krijgen, dan gaan we lopen stampvoeten. Alles lijkt maakbaar. Dus als iets kan, dan moet het ook.  ‘Nee’ en opgeven lijken geen optie. We moeten allemaal de beste versie van onszelf worden, en dat ben je blijkbaar alleen maar met méér (geld, spullen, kennis…).

We willen daarnaast dat er steeds meteen in onze behoeftes wordt voorzien. Even moeten wachten (op de beloning) lukt haast niet meer. Als een junkie die steeds op zoek is naar zijn volgende high. Steeds meer, steeds sneller, steeds vaker. Alles om maar niet te hoeven dealen met …. de pijn – gevoelens van eenzaamheid, minderwaardigheid, angst… Dat wat er ten grondslag ligt aan onze verslavingen. Maar eigenlijk doen we onszelf en de wereld om ons heen daarmee geweld aan.

Waarom doen we dat eigenlijk  – collectief? Bij welke pijn proberen we weg te blijven? Die pijn kunnen we wat beginnen te verkennen nu we al zo’n tijd in lockdown zitten. Kunnen we dat? Of zijn we vooral bezig met afkicken? We kunnen veelal niet in ons oude verslavingsgedrag door. Niet winkelen, niet naar de kroeg of festival, niet naar het pretpark…Dat zorgt voor weerstand. Net als bij kleine kinderen, die even geen aandacht krijgen en die alles zullen doen om jouw aandacht te krijgen. Dus ontstaan er rellen, gaan we wijzen naar de ander, komen we met complottheorieën. We hebben allerlei verschillende strategieën tot onze beschikking. Want ook dat leidt zo lekker af van waar het eigenlijk om gaat. Dat we niet kunnen doen wat we willen. We hebben, ook als volwassenen, last van het verwende-kind-syndroom.

Bruce McIntosh constateerde in een artikel in Pediactrics (1989) al het volgende: ‘Het verwende kind syndroom wordt gekarakteriseerd door een extreme mate van op zichzelf gericht zijn van het kind en veel te jong gedrag. Dit is het resultaat van het feit dat ouders geen leeftijdsadequate eisen stellen. Verwende kinderen houden weinig rekening met anderen, gaan hun eigen gang, doen dingen op hún manier. Ze hebben moeite met uitstel van beloning en hebben de neiging hun frustraties af te reageren met woedeaanvallen. Hun gedrag is berekenend, dwars en manipulatief. Ze zijn moeilijk tevreden te stellen en hun tevredenheid duurt niet lang. Ze zijn niet plezierig in de omgang, ook niet voor degenen die van hen houden. Men krijgt vaak de indruk dat ze ook niet gelukkig met zichzelf zijn.’

Nu is er best een manier om daar verandering in te brengen. Je kunt kinderen tenslotte ook aanleren om te gaan met uitgestelde aandacht. Je mag van mij dingen helemaal op jouw manier doen, als je daarbij ook rekening houdt met anderen. Laten we ons niet langer als een stel verwende kinderen gedragen. Want, om af te sluiten met woorden van de Rolling Stones, ‘You can’t always get what you want’! Genoeg is genoeg. Zelfs met minder heb je nog steeds veel. En een prettige bijkomstigheid: minder bezit betekent ook minder zorgen. Laten we oefenen in tevredenheid, geweldloosheid en begeerteloosheid.  En laten we het onze kinderen leren. Je bent genoeg, je doet genoeg, je hebt genoeg.

Namasté.

Alles onder Controle!

Ik voel pijn. We leven al maanden in angst. Ook mensen zonder angststoornis hebben er last van.

We kennen angst om de liefde van iemand te verliezen, de angst om afgewezen te worden, de angst om een dierbare (en daarmee de liefde) te verliezen. Een van onze grootste angsten is om krachteloos of hulpeloos te zijn. Om onveilig te zijn. Onze allergrootste angst misschien wel de angst voor de dood. En die angst doet pijn. Op emotioneel vlak. Maar het kan ook echt fysieke klachten en lichamelijke pijn veroorzaken.

We kennen verschillende manieren om met onze angsten en de pijn die dat met zich meebrengt te dealen. We ontwikkelen in de loop van ons leven verschillende coping mechanismen. We kunnen bijvoorbeeld middelen gaan gebruiken met als doel om bij de pijn vandaan te blijven of om onszelf te verdoven. Soms ontwikkelen we een verslaving. Misschien zelfs wel vaker dan we kunnen of willen erkennen. Als we eenmaal verslaafd zijn, kan dat weer voor stress en angst zorgen. Want wat als je niet tijdig in je volgende ‘shot’ kunt voorzien? Sommige mensen leiden op dit moment serieus aan afkickverschijnselen, doordat ze niet naar hun favoriete winkel kunnen.

Volgens Iyanla Vanzant is de nummer 1 verslaving van de mensheid niet de verslaving aan roken, alcohol of andere vormen van drugs, chocola of kopen, maar de verslaving aan Controle. We kunnen een grote angst voelen voor het verliezen van die controle. Het verlies van controle over onszelf (zelfcontrole), verlies van controle over de ander, de controle over wat, waar of wanneer iets zou kunnen gebeuren. Die angst kan zorgen voor een complete meltdown. En dan heb ik het niet over een ongeluk in een kernreactor, hoewel je het daarmee zou kunnen vergelijken. Een meltdown is het over de kop gaan van je zenuwstelsel, waardoor er sprake is van een vecht-, vlucht- of verstarren-reactie. Het kan zich bijvoorbeeld uiten in onredelijke driftbuien. Boosheid kan dus een manifestatie zijn van angst.

Wat we de laatste weken steeds vaker en grootser zien, is dat mensen boos worden op elkaar omdat men zich niet aan de regels zou houden. Of we zien juist boosheid bij mensen over de coronamaatregelen zelf. Dat lijkt in eerste instantie datgene waar we boos over zijn, maar wanneer we die emotie nader gaan bekijken, ‘de ui afpellen’ noem ik dat graag, dan komen we in de lagen daaronder angst tegen. De angst om iemand te verliezen aan Covid, of wellicht de angst om zelf ziek te worden en het leven te laten. De angst dat we het virus niet onder controle krijgen,  ‘het’ niet onder controle hebben. En dus komen er steeds opnieuw maatregelen die ons zouden moeten helpen. Ook deze maatregelen kun je zien als een coping mechanisme. Ze dienen als een manier om met (de angst voor) het virus te kunnen dealen. Toegeven dat we iets niet volledig onder controle hebben of kunnen krijgen, en dat alle maatregelen uiteindelijk slechts schijnveiligheden zijn, is te pijnlijk. We houden onszelf liever voor de gek met de slogan ‘Alleen samen krijgen we Corona onder controle’. De natuur laat zich niet onder controle houden. Al willen we dat als mens (met een ego) graag geloven.

Die controledrang komen we nu groots tegen in deze crisis, wereldwijd.  Maar ik kom het ook in het klein dagelijks tegen in mijzelf. In de omgang met mijn kinderen bijvoorbeeld. In dat stuk dat we ‘opvoeding’ noemen. Want ook opvoeden is niets minder dan controle (willen) uitoefenen. Ik wil namelijk dat mijn kinderen iets wel of juist niet doen. Ik wil dat ze hun handen wassen, ik wil dat ze niet te veel junkfood eten, ik wil dat ze naar buiten gaan, maar niet met meer dan 1 vriend, ik wil dat ze niet te laat thuis komen, ik wil dat ze laten weten waar ze zijn en of ze thuis eten, ik wil dat ze hun schoolwerk doen, ik wil dat ze om hulp vragen als ze iets niet snappen….Ik wil nogal veel. Maar niets onredelijks….toch? Voor ik het weet, stap ik in mijn oude patroon van manipuleren, om ze zover te krijgen. Door ze te straffen als ze zich ergens niet aan houden. Door ze te belonen wanneer ze dat wel doen. En dat terwijl ik weet dat dat niet het gewenste effect heeft.

Als het niet gaat zoals ik wil, dan word ik boos. Of verdrietig. Of teleurgesteld. Of welke emotie je er ook maar op wil plakken. Maar als ik daar in alle eerlijkheid onder kijk, daar onder voel, dan kom ik angst tegen. Angst voor het oordeel van anderen, de angst om bekritiseerd te worden als opvoeder, de angst om afgewezen te worden. Maar ook angst voor de gezondheid van mijn kinderen, de angst om ze te verliezen zelfs. En mijn ego vertelt me, dat als ik regels en voorschriften opleg en als zij dan gewoon naar me luisteren, dat er dan niets mis kan gaan. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Want ik kan helemaal niet alles onder controle hebben. Als het stormt kan er zomaar een tak op hun hoofd waaien, ze kunnen stikken in hun eten, of aangereden worden door een dronken automobilist. Daar heb ik helemaal geen invloed op. Ik heb alleen invloed op wat ik zelf doe. En door steeds maar weer controle te willen houden, ontneem ik mijn kinderen hun autonomie, iets waar zij ontzettend veel behoefte aan hebben als pubers. En dat kan er dan juist voor zorgen dat zij mij afwijzen. Dan bereik ik dus juist wat ik niet wil.

Dus, als ik merk dat ik boos ben, of verdrietig, of moe(deloos)…dan kan ik niet anders dan opmerken en toegeven dat ik niet alles onder controle kan hebben, ook al schreeuwt mijn ego dat ik er echt iets aan of tegen moet doen. Erkennen dat ik allerlei mechanismen in werking zou willen stellen om (schijn)veiligheid te creëren. Dan kan ik alleen maar de angst voelen en de pijn die dat met zich meebrengt. Weten dat ik niet de enige ben. En verzuchten ‘Relax, no thing is under control’….

Ik heb goed nieuws en slecht nieuws

Om maar met het slechte nieuws te beginnen: je kunt je niet altijd gelukkig voelen. Net zoals je ook niet altijd door iedereen leuk gevonden kunt worden. Hoe graag je het ook zou willen.

Het goede nieuws is dat het helemaal oké is om af en toe niet gelukkig te zijn. Voor een kort moment, of een paar dagen. (Ik heb het hier natuurlijk niet over een depressie van een paar maanden over langer.) Je kunt wel eens een ‘off-day’ hebben of een week niet lekker in je vel zitten. Dan hoef je je niet direct af te vragen ‘Gaat het wel goed met me?’.

Er zijn dagen, of momenten op de dag, dat alles lekker loopt, maar soms mislukken de dingen. Of gaan ze niet zoals jij je ze had voorgesteld en dat is misschien niet leuk. Dat doet misschien zelfs wel een beetje pijn. Omdat je je schaamt, of bang bent dat je uitgelachen wordt, of omdat het je verdrietig maakt. En dat is echt helemaal niet erg, maar we denken vaak van wel. Die emoties hebben een ‘slechte naam’. En dat is niet helemaal eerlijk. Die ‘vervelende’ emoties zijn aan de orde van de dag (we hebben er zelfs heel veel van), maar we proberen ze vaak onder controle te houden. We negeren ze, of stoppen ze weg. We behandelen dus niet alle emoties hetzelfde. En dat is best oneerlijk. 

We vinden het fijn om blij te zijn, dus BLIJ mag blijven. Sterker nog; we proberen BLIJ zelfs zo lang mogelijk bij ons te houden, of zoveel mogelijk op te zoeken. Maar BANG vinden we niet zo leuk, dus die willen we graag weg hebben. We proberen BANG op alle mogelijke manieren te onderdrukken, weg te sturen of te vermijden. Dan gaan we dingen bijvoorbeeld maar niet meer doen, omdat het wel eens mis zou kunnen gaan. Maar soms mislukken de dingen gewoon. Natuurlijk vindt BANG dat niet leuk, dus die blijft net zo lang zeuren, totdat die jouw aandacht krijgt! Net als een kleuter die aandacht wil, maar het niet krijgt, gaat de emotie steeds lastiger doen. Hij (of zij) wil gevoeld worden!

Wat doe je als je pijn hebt? Een pijnstiller nemen, een pleister plakken…Dat werkt soms wel even. Maar als de pijnstiller uitgewerkt is, komt de pijn terug. Onder de pleister zit nog steeds de wond. Soms vormt zich een korstje, maar die krab je vaak ook wel weer een keer open. Of er vormt zich een litteken. Het is dus niet de oplossing voor de pijn. Huilen vaak wel, of schreeuwen (vloeken). Dat lucht op.

Wat we ook kunnen doen is wat sturen in onze gedachtes en daarmee bepaalde emoties wat milder stemmen (wat we bijvoorbeeld doen bij RET), net als een kleuter die we tijdelijk kunnen afleiden. Er komt echter vaak weer zo’n moment waarop die emotie die je probeerde uit de weg te gaan toch om je aandacht komt vragen. En dat is maar goed ook.

Emoties zijn er namelijk niet voor niets. Ze hebben ons als oermens geholpen om te overleven. Het was heel verstandig om bang te zijn voor een dier dat je niet kende en om boos te worden als iemand jouw voorraad eten wilde afpakken. Emoties zijn dus onderdeel van een leerweg. Ze zijn behulpzaam, wijzen je een bepaalde weg op, een kant uit. Ze vertellen je ; dit vind ik fijn of dit wil ik niet. Maar daarvoor moet je wel eerlijk met ze omgaan. Ze niet wegsturen, maar binnen laten.

Hoe zou het zijn om al je emoties welkom te heten? Geen enkele emotie weg te sturen of in de hoek te zetten? Niet vechten, niet vluchten, maar VOELEN. Vaak zeggen de emoties dan namelijk vanzelf “Mag ik nu weer gaan?” als je ze even hebt omarmt.

Je mag die emoties ook aan anderen laten zien. Je hoeft geen masker op te zetten of een muur op te trekken. Dan weten anderen hoe het echt met je gaat en kunnen ze misschien zelfs wel helpen. Dat geeft een hoop rust. Dat is goed nieuws.

Conflict

Ik kijk wel eens een beetje met afgunst naar die gezinnen waar iedereen gezellig en liefdevol met elkaar in harmonie lijkt te leven. Waar nooit een onvertogen woord valt. Ik ben niet in zo’n gezin opgegroeid en in mijn huidige gezin is dat ook niet zo. In ons gezin vallen er wel eens woorden.

Een week of twee geleden had ik een flinke aanvaring met oudste zoon. (Voor de volledigheid, in ons gezin zijn er 3 kinderen; een jongedame van 20, een jongeman van 17 en een mannetje van 15). Met die van 17 had ik dus een fiks meningsverschil. Ik ben daar even flink door van de kook geweest. Want hoewel ik alle theoretische kennis bezit over hoe het werkt bij pubers, jarenlange ervaring heb met pubers door werken in het middelbaar onderwijs, geoefend ben in mindfulness en verbindende communicatie, kon ik toch niet uit het conflict blijven. Waarom niet?

Lees verder

Ademruimte

Boven is het stil

Na de opschudding.  De paniek.  De angst. De rush om de boel anders te organiseren nu we binnen moeten blijven. Bedachte projecten af te moeten blazen. Online te ‘moeten’.

Nu even rust. Strepen en leegte in de agenda.

Boven is het stil.

De pubers zitten op hun eigen kamer. Achter hun computer. Misschien doen ze schoolwerk, misschien ook niet.

Boven is het stil.

In mijn hoofd.

Opeens is er ruimte. Nog meer ruimte. Omdat er minder hoeft. Omdat er minder mág.

Ik nam al genoegen met minder, had al stappen terug gedaan. Was al meer ‘sociaal geisoleerd’. Ons gezin sowieso. Dat bestaat voor het grootste deel uit binnenblijvers. En nu nog minder naar buiten.

Maar er mag ook minder! Hoe verslaafd zijn we geraakt aan dingen doen, altijd maar bezig zijn, ons verplaatsen van de ene naar de andere plek. In plaats van te genieten waar we zijn. Altijd maar meer, verder, groter….Groeien zul je! Stilstand is achteruitgang, zeggen ze…Maar er zitten grenzen aan groei. En nu opeens is er veel tot stilstand gekomen. Het klinkt als een grote, collectieve zucht. Het voelt als een welkome verandering.

Buiten is het stil.

Wie ben je nog als je niets doet? Die vraag houdt me af en toe bezig. Ik heb geen ‘vitaal’ beroep. Mijn werk kan, voor de meerderheid van de mensen, gemist worden op dit moment. Lessen en coachsessies mogen niet doorgaan, tenzij online.

Online. Fijn dat het kan.

Er zijn collega’s die veel (misschien zelfs wel volledig) online werken. Die zijn nu in het voordeel. Anderen (zoals ikzelf) zullen in korte tijd veel bijleren. Deze tijd nodigt uit om buiten je comfortzone te bewegen. Daardoor ontstaan er ook allerlei nieuwe en creatieve initiatieven. Prachtig. We beseffen steeds meer dat we niet alleen zijn op deze wereld en dat we verantwoordelijk zijn voor elkaar en de aarde.

En toch… ik voel een afstand. Online ben je er niet helemáál. Er is geen volledige verbinding. Je kunt elkaars energie niet voelen. Dat is wat ik mis op dit moment. Elkaars nabijheid kunnen voelen.

Maar het is nodig. Stilstand. Afstand. Stilte. Dat dat zomaar kan. Dat dat zomaar mag.

Waar sommige mensen op dit moment vechten voor hun adem, anderen de longen uit hun lijf lopen om voor de zieken te zorgen, krijgt de rest (en zeker moeder aarde) even ademruimte.

Ik ben er stil van.

Van algemeen nut

Ik heb een hekel aan administratie. Het bijhouden van gewerkte uren. Het vastleggen van wat er gedaan is. Verplichte gegevens bijhouden. Ik vind het saai. Misschien is het ook wel omdat mijn brein het lastig vindt, gestructureerd werken. Ik wil niet steeds hetzelfde doen. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik er het nut niet van inzie. En dat ik de dingen graag op mijn manier doe.

Waar ik het nut ook niet van zie, is het werken met vaste pakketten. Naar aanleiding van een intakegesprek bespreek ik altijd wat er mogelijk is, welke weg we kunnen kiezen, welke tools we kunnen gebruiken en hoeveel sessies waarschijnlijk nodig zijn om iets van verandering in gang te zetten. Ik snap dat mensen het soms fijn vinden om in te kunnen schatten hoeveel tijd / geld ze moeten investeren. Maar ik werk niet met pakketten met een bepaalde opbouw, waarin je vastzit aan een aantal sessies. Soms ben je na 1 sessie al geholpen, soms zijn we drie tot vijf sessies samen aan het werk. Je kunt stoppen wanneer het voor jou klaar is. Dat is een manier van werken waar ik bewust voor kies. Ik zie het nut er niet van in om je langer aan mij te binden dan nodig is.

Iets anders waar ik voor kies, is om niet samen te werken met verzekeraars. Ik zit niet te wachten op het schrijven van verslagen waarin ik mij moet verantwoorden voor wat ik heb gedaan met een coachee. Ik heb niet voor niets afscheid genomen van het onderwijs, waar je steeds weer tegenover de directie en onderwijsinspectie je (examen)resultaten moet verantwoorden. Ik wil de vrijheid om te doen en vooral te laten wat ik wil – die administratie dus.

Dat betekent wel dat sommige ouders die mij benaderen voor hulp besluiten om niet van mijn diensten gebruik te maken. Omdat ze die kosten zelf niet (volledig) willen betalen. Of wel willen, maar niet kunnen.

Voor die laatste groep vind ik het vervelend. Als je hulp zoekt voor je kind – of voor jezelf- en je hebt daar niet de middelen voor. Daar heb ik een tijdje mee in mijn maag gezeten. Want ik vind dat ik ook een maatschappelijke functie heb. Natuurlijk moet ik ook voor mijn eigen gezin zorgen, dus gratis sessies weggeven, dat is geen goed plan. Maar hoe kan ik in die twee behoeften voorzien? Zorgen voor mijn eigen gezin en voor de maatschappij waarin we leven? Ik heb zitten denken aan het oprichten van een stichting of het in het leven roepen van een fonds. Maar dat zorgt weer voor een heleboel (je raad het al) administratie. Dus ik bedacht iets anders. Om het op mijn manier te kunnen doen.

PAY IT FORWARD

Ik ga het aantal activiteiten dat ik organiseer op basis van donatie, uitbreiden. Naast het Middagje Met Liefde en Aandacht, zal ik meer evenementen (voor kinderen en volwassenen) organiseren waar de spaarpot op tafel komt te staan. Wie dan meedoet, stopt vrijwillig een bedrag in de spaarpot. Zoveel als jij wilt, zoveel als jij kunt missen. Daarmee werk je mee aan het principe ‘Pay it forward’. Pay it forward is een uiting van een goede daad aan anderen. Je geeft voor wat je zelf hebt ontvangen (in de vorm van een activiteit) en draagt daarmee bij aan de hulp voor iemand die het goed kan gebruiken. Zo maken we met elkaar de wereld iets mooier.

Wanneer er genoeg in de spaarpot zit om een aantal coachsessies te kunnen financieren, laat ik dat weten via mijn website en social media. Zodat gezinnen die rond moeten komen van een minimuminkomen en die wat Liefde en Aandacht nodig hebben zich bij mij kunnen melden. Daar zie ik wel het nut van in en zo maak ik mezelf ook graag nuttig!

Algemeen nut

In het belang van de samenleving als geheel, voor iedereen van belang, datgene dat voor het welzijn van het volk in het algemeen nuttig, gewenst of nodig is.

#Eenzaamheid

Afgelopen week kwam ik bij een collega op Facebook deze foto tegen met de tekst “Mr. Bean taught me one thing in life. Enjoy your own company instead of expecting someone else to make you happy.” Die zin bleef hangen in mijn hoofd. Alsof ik er iets mee moest. Ik wist alleen nog niet wat…

Tot ik bij mijn vader op bezoek ging. Mijn vader woont in een verzorgingstehuis. Vaak zit hij buiten om te roken, samen met andere bewoners. Ze zoeken elkaar gezelschap op. Zij zitten daar ook samen wat te praten. Ze vertellen elkaar verhalen over het leven. Als ik op bezoek kom, sluit ik aan. Niet om te roken, maar om te luisteren. Ik ben publiek voor deze vertellers. Zo hoor ik de mooiste en ook kwetsbaarste verhalen.

Het afgelopen bezoek vertelden drie mannen elkaar hoe alleen ze zich voelden, sinds het overlijden van hun vrouw. Hun hele leven waren ze samen geweest. Alles hadden ze samen gedeeld. Ze waren geen moment zonder elkaar geweest. En nu was het zo stil. Ze hadden niemand en ze vonden het zo lastig om een groot deel van hun dag op hun eentje te zijn. In de stilte. ‘Dat hebben we nooit geleerd, he’, zei een van hen. ‘Als je kan omgaan met die stilte is het misschien minder erg. Dan kun je het ook gezellig hebben in je eentje.’

En toen ik opeens waarom die ene zin was blijven hangen.

Het verschil tussen de generaties. De generatie van mijn ouders groeide vaak op in een groter gezin. Je had altijd wel broers en/of zussen in de buurt. Je moest de ruimte met elkaar delen. Hoe anders is dat met mijn generatie en die daarna, waar de meeste gezinnen een gemiddelde van 2.1 kinderen hadden. Veel kinderen hadden/hebben een eigen kamer. Ik had als kind mijn eigen ruimte.

Als kind en jongere was ik erg op mezelf, introvert.  Ik keek altijd de kat uit de boom. Zou nooit als eerste contact maken. Ik vond het lastig om een gesprek te voeren met anderen. Dus ik voerde hele gesprekken in mezelf. Nu ik er op terugkijk, kwam dat introvert zijn voor een deel ook voort uit onzekerheid. Want was dat wat ik te vertellen had wel interessant voor een ander? Nu ik wat ouder ben en ik een heleboel heb bijgeleerd, boeit me dat niet meer zo. Ik kan nu gemakkelijk in gesprek zijn met een ander, hoewel ik smalltalk nog steeds wat lastig vind. Ik heb het wel graag ergens over, over iets zinnigs. Maar goed. Ik heb dus geleerd om het gezellig te hebben me mezelf. Toen ik nog wat jonger was, dacht ik dat dat raar was. Soms voelde ik me eenzaam. Want je moest toch juist veel vrienden om je heen hebben? Altijd gezellig kunnen kletsen? Een ander kunnen vermaken? Ik heb me vaak saai gevoeld. Niet spontaan. Nooit impulsief. Stil. Ik dacht vaak dat ik anders was. Ik kon toen nog niet begrijpen dat dat ook een kwaliteit kan zijn. Ik kon een ander misschien niet vermaken, maar mezelf wel. En dat kan ik nog steeds.

In mijn relatie met mijn man, heb ik altijd gewild dat die niet zou lijken op de relatie die mijn ouders hadden; op basis van wederzijdse afhankelijkheid. Ik hou van mijn man, het leven is leuker met hem, maar ook zonder hem kan ik me vermaken. We hoeven niet alles samen te doen. Datzelfde geldt voor mijn vriendinnen. Ik vind ze leuk, maar hoef ze niet altijd om me heen. Die afhankelijkheid in een relatie gaat trouwens nog een generatie verder terug: toen mijn oma overleed, kwam mijn opa bij ons in huis wonen. Hij kon niet alleen, zeiden mijn ouders.

Ik onderneem regelmatig iets alleen. Ook zonder andere mensen. Ik kan de stilte waarderen. Ik kan mijn eigen gezelschap waarderen.

Twee weken terug las ik in de 7days, een weekkrant voor jongeren, een artikel met de titel ‘Je verbonden voelen is van levensbelang’. Het artikel ging over een twitteractie, waarbij jongeren zich open stellen door te vertellen dat ze eenzaam zijn en behoefte hebben aan contact. Ze gebruiken de hashtags #maatjegezocht en #eenzamejongeren. Als ik zinnen lees als ‘Soms ga ik op slot’ en ‘Bij niemand 100% mezelf’, is het alsof ik in mijn eigen puberhoofd kijk. Maar ik heb dat toen nooit met iemand gedeeld. Mooi dus om te zien dat deze jongeren al een stap verder zijn dan de voorgaande generaties!  

En daar verder op bordurend: zou het niet mooi zijn als we de jongeren van nu leren om te gaan met stilte? Alleen is niet per se eenzaam.  Je hoeft niet elk moment van de dag vermaakt te worden door een ander, of een ander vermaken. Je kunt het ook gezellig hebben met jezelf. Natuurlijk hebben we ook behoefte aan verbinding met de ander. Maar in de eerste plaats met ons zelf!

PS: Oefenen met In stilte met jezelf zijn, kan tijdens de Stiltedag die ik organiseer op 17 november. Meer informatie daarover vind je bij het evenement op Facebook.