Respect!

‘Hij heeft geen enkel respect voor me.’

Hoe weet je dat?vroeg ik.

‘Hij doet gewoon niet wat ik zeg, sterker nog; hij doet het tegenovergestelde!’

Vader was zichtbaar geïrriteerd. Ook aan de gezichtsuitdrukking van zoon was te zien dat hij last had van behoorlijk wat frustratie. Tijd om hém een vraag te stellen.

‘Klopt dat?’

‘Nou, vind je het gek? Hij heeft ook totaal geen respect voor mij! Hij luistert niet eens naar wat ik ergens van vind. ‘

‘Het klinkt alsof jullie het allebei belangrijk vinden dat er naar je wordt geluisterd. Is dat zo?’

‘Natuurlijk!’ Vader en zoon gaven bijna tegelijk antwoord.

‘En jullie ervaren ook allebei dat er niet naar je wordt geluisterd. Laten we dan eerst eens onderzoeken wat maakt dat het niet lukt om naar elkaar te luisteren….’

Respect is een belangrijk thema in de puberteit.

Respect. Naar elkaar (kunnen) luisteren Het zijn vaak terugkomende thema’s in gesprekken met ouders van pubers. Ouders en pubers willen graag beiden als waardevol persoon worden erkend. Ze willen allebei het gevoel hebben dat ze er voor de ander toe doen. Dat er naar hen wordt geluisterd. In de puberteit kan dit gevoel verstoord raken. Hoe komt dat?

In deze periode (grofweg tussen de 10 en 18 jaar) verandert niet alleen het lichaam van het kind, maar er is ook een opmerkelijke verandering in het denken. Het intellectuele vermogen van de jongere neemt toe. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de toename aan verbindingen in de hersenen. Jongeren gaan meer abstract denken. Ze nemen niet zomaar alles meer aan. Ze gaan niet, zoals jongere kinderen, alleen uit van wat ze zien. Kleine kinderen geloven wat ze zien. Maar jongeren gaan twijfelen, vragen zich allerlei dingen af, willen weten hoe iets zit, ze kunnen meer mogelijkheden bedenken, het denken kan de werkelijkheid overstijgen. Pubers maken in een vrij korte tijd een enorme toename aan denkcapaciteit mee. Ze kunnen hierdoor het idee hebben alles te snappen. Dit denken, gecombineerd met de kracht van de hormonen, geeft hen het gevoel dat ze gelijk hebben. Het maakt soms behoorlijk eigenwijs. Het maakt ook dat ze het (ouderlijk) gezag niet langer meer vanzelfsprekend aannemen. Ze gaan dat ter discussie stellen. Ze kunnen er zelfs tegenin gaan. Ouders kunnen zich hierdoor afgewezen voelen, als hun puber laat zien dat het oordeel van de ouder(s) niet (of minder) van belang is.

Pubers zijn dus echte denkers. Ze verzamelen graag zoveel mogelijk argumenten om hun eigen mening over een onderwerp te kunnen vormen. Ze zullen niet, zoals ze dat als kind deden, klakkeloos overnemen hoe de ouder ergens over denkt. Dit gegeven alleen al kan ouders diep kwetsen. (Toch kun je een jongere soms een preek horen houden tegen een vriend, waarin je je eigen argumenten terug hoort.)

Wat ouders – en andere volwassenen – vaak doen is ‘preken’; ze vertellen graag wat de jongere wel en vooral niet moet doen. Daarmee zet je de hersenen van de jongere op ‘uit’, de ‘luikjes gaan dicht’. Ze zijn fysiek nog aanwezig, maar mentaal zijn ze afwezig. Ze luisteren niet meer, want je ontneemt ze de mogelijkheid om zelf te denken. Echt communiceren betekent de hersenen op ‘aan’ zetten; gebruik maken van de denkcapaciteit die er is. Door vragen te stellen en naar argumenten te vragen voelen jongeren zich gehoord en je stimuleert het denkproces. Daarvoor moet je als ouder (of volwassene) wel het idee dat het op jouw manier moet aan de kant zetten en een houding van bescheidenheid aannemen, ruimte maken voor de eigen deskundigheid van de puber. De jongere de mogelijkheid bieden om fouten te maken en daarvan te leren. Ook dat is respect. Je laat hiermee  zien dat je puber een waardevol persoon is. En dat krijg je ongetwijfeld terug!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *